CallPro Documentatie, Handleidingen, Release Notes, Tips and Tricks
Tijdens het afcoderen roept het autoscript een functie “Custom_ValidationCheck” uitgevoerd. Als parameter wordt een javascript object met de status code die is geklikt doorgegeven. Als resultaat geeft deze functie een boolean terug die aangeeft of het afcoderen door mag gaan of niet.
Deze functie oproep wordt vooral gebruikt om extra veld controles te
laten uitvoeren op basis van de afcodering die is gekozen. Bijvoorbeeld
om bij een nieuwe afspraak te controleren dat de NAW gegevens wel
compleet zijn ingevuld, of dat er een email adres voor de lead is
ingevuld. Doorgaans wordt deze functie in de variabele SCRIPT.HEADER
geplaatst.
function Custom_ValidationCheck(status) {
switch(status.code)
{
case "780":
// Afspraak
setFieldValue("script_app_email_to", getFieldValue("script_name_email"));
setFieldValue("script_exp_app","");
break;
case "710":
// Stuur informatie + nabellen
if(getFieldValue("script_info")=="")
{
status.errors.add("Kies eerst een informatiepakket");
}
if(getFieldValue("script_info_email_to")=="")
{
status.errors.add("Kies een email adres voor de verzending");
}
if(!checkValidEmail("script_info_email_to"))
{
status.errors.add("Het opgegeven email adres is niet geldig");
}
if(status.errors.length() == 0)
{
// Last check still valid
setFieldValue("script_exp_info","");
}
break;
}
return (status.errors.length() == 0);
}
In bovenstaande voorbeeld kan ook gebruik worden gemaakt van de
idproperty in plaats vancode.
In deze voorbeeld functie wordt bijvoorbeeld voor het versturen van informatie (code 710) gecontroleerd of de diverse verplichte velden wel zijn gevuld. Zo niet dan wordt de errors collectie van het status object gevuld met een melding die vervolgens door het autoscript wordt afgebeeld.
Het interne status object heeft de volgende velden die kunnen worden uitgelezen en gebruikt.
| Veld | Werking |
|---|---|
| id | Dit is de (interne) unieke code van de belopdrachtstatus |
| code | Dit is de code van de belopdrachtstatus die de agent heeft geklikt om af te coderen. Wij hanteren standaard een 3-cijferige code bij de belopdrachtstatussen maar de waard edie je hier gebruikt is de waarde die bij de belopdrachtstatus is vastgelegd. |
| logicalcategory | Dit is het type veld van de belopdrachtstatus zoals ingesteld op het tabblad “Type en Tijd”. Mogelijk waarden zijn: 1 – Niet bereikt 2 – Terugbellen 3 – Verwerkt |
| prioritycategory | Dit is de prioriteitscategory van de belopdrachtstatus. Mogelijke waarden: 2 – Terugbellen laag 3 – Verwerkt 4 – Systeem 5 – Niet bereikt laag 6 – Terugbellen hoog |
| errors | Een collectie met fouten. Via de Add functie kunnen aan de errors collectie extra meldingen worden toegevoegd (zie ook het voorbeeld) |
| callbackexpr | Hiermee kan tijdens het afcoderen het standaard gedrag van de belopdrachtstatus worden overschreven voor wat betreft de terugbeltijd expressie. |
| callbackagent | Volledige pad+naam van de agent die als terugbelagent moet worden ingesteld. |
| mincallbackexpr | Als callbackexpr maar nu voor de betrefende parameter |
| maxcallbackexpr | Als callbackexpr maar nu voor de betrefende parameter |
| autoselect | Een boolean veld dat aangeeft dat CallPro direct moet afcoderen en niet eerst het popupvenster van CallPro moet afbeelden. |
| entrynote | Door dit veld te vullen kan het notitieveld worden gezet met de betreffende waarde. Deze waarde heeft voorrang boven een waarde die de agent in een veld in het belscript heeft ingevuld. |